ouder
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord ˈɑudərBetekenis
- de moeder of vader van een kind
Hoe spreek je ouder uit?
/ˈɑudər/
Ouder bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑu | koud |
| d | dak |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ouders | meervoud |
| oudertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| oudertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- onverbogen vorm van de vergrotende trap van oud
Herkomst
In de betekenis van ‘vader of moeder’ voor het eerst aangetroffen in 1287
Woordfamilie van ouder
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| oudertje | verkleinwoord | ouder |
| oudertjes | verkleinwoord meervoud | ouder |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ouder zijn vastgelegd.