Naar de inhoud

verouderen

ouder worden

verouderen

werkwoord /vərˈʌʊdərə(n)/

Betekenis

  1. ouder worden
  2. uit de mode raken

Hoe spreek je verouderen uit?

/vərˈʌudərən/

Verouderen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /vərˈʌudərən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
ə de
r rood
ʌu koud
d dak
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van verouderen

verouderenhele werkwoord — verouderdeverleden tijd enkelvoud — verouderdenverleden tijd meervoud — verouderdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verouder verouderde
jij veroudert verouderde
hij, zij, het veroudert verouderde
wij verouderen verouderden
jullie verouderen verouderden
zij verouderen verouderden
Alle 99 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verouderd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verouderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verouderd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verouderd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verouderd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verouderd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verouderd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verouderd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verouderd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verouderd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
is verouderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verouderd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te verouderen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn verouderd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verouderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verouder gebiedende wijs
verouderd verleden tijd, deelwoord
verouderd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verouderd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verouderd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verouderd te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verouderd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verouderd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verouderd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verouderd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verouderd zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verouderd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verouderde verleden tijd
veroudere aanvoegende wijs
verouderend onvoltooid, deelwoord
waart verouderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verouderd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verouderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verouderd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verouderd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verouderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verouderd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verouderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verouderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verouderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verouderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verouderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verouderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verouderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verouderd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verouderd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verouderd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verouderd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verouderd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verouderd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal verouderd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verouderd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verouderd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verouderd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verouderd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verouderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verouderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verouderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn verouderd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn verouderd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verouderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verouderd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verouderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verouderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verouderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verouderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verouderd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verouderd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verouderd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verouderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verouderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verouderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verouderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verouderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verouderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verouderd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verouderd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verouderd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verouderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verouderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verouderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verouderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verouderd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verouderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen verouderd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verouderd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verouderd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verouderd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verouderd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verouderd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verouderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verouderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verouderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verouderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult verouderd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verouderd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verouderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van ouder met het voorvoegsel ver-.

Woordfamilie van verouderen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verouder gebiedende wijs verouderen
verouderden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verouderen
veroudere aanvoegende wijs verouderen
verouderend onvoltooid deelwoord verouderen
verouderende woordvorm verouderen
veroudert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon verouderen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verouderen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over verouderen

Hoe spreek ik verouderen uit?
Zo spreek je verouderen uit: /vərˈʌʊdərə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van verouderen?
Verouderen is een werkwoord. De betekenis is: ouder worden. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik verouderen?
Zo vervoeg je verouderen zo: de tegenwoordige tijd is verouder, de verleden tijd is verouderde en het voltooid deelwoord is verouderd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verouderen is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. O 1
  5. U 4
  6. D 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verouderen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. O 1
  5. U 2
  6. D 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 zonder bonus
  12. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verouderen in het kort

verouderen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van verouderen staan er 60 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort verouderen bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

verouderen: ouder worden
Deel verouderen — standaardnederlands.nl