bustehouder
zelfstandig naamwoord ˈbystəˌhɑudərBetekenis
- een kledingstuk voor vrouwen, dat uit schouderriemen, twee cups en een centraal|centrale band bestaat, en dient om de borsten te ondersteunen
Hoe spreek je bustehouder uit?
/ˈbystəˌhɑudər/
Bustehouder bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| y | fuut |
| s | sok |
| t | tak |
| ə | de |
| h | hoed |
| ɑu | koud |
| d | dak |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — masculine
- een kledingstuk voor vrouwen, dat uit schouderriemen, twee cups en een centrale band bestaat, en dient om de borsten te ondersteunen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bustehouders | meervoud |
| bustehoudertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bustehoudertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘steun voor de boezem’ voor het eerst aangetroffen in 1902
Woordfamilie van bustehouder
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bustehouders | meervoud | bustehouder |
| bustehoudertje | verkleinwoord | bustehouder |
| bustehoudertjes | verkleinwoord meervoud | bustehouder |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bustehouder zijn vastgelegd.