ouderlijk
bijvoeglijk naamwoord ˈɑudərləkBetekenis
- behorende bij de ouders van een kind
Hoe spreek je ouderlijk uit?
/ˈɑudərlək/
Ouderlijk bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑu | koud |
| d | dak |
| ə | de |
| r | rood |
| l | land |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ouderlijke | verbogen, stellende trap |
| ouderlijker | onverbogen, vergrotende trap |
| ouderlijkere | verbogen, vergrotende trap |
| ouderlijkers | partitief, vergrotende trap |
| ouderlijks | partitief, stellende trap |
| ouderlijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| ouderlijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
afgeleid van ouder met het achtervoegsel -lijk
Woordfamilie van ouderlijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ouderlijke | verbogen vorm | ouderlijk |
| ouderlijker | vergrotende trap | ouderlijk |
| ouderlijkere | verbogen vergrotende trap | ouderlijk |
| ouderlijkers | partitieve vergrotende trap | ouderlijk |
| ouderlijks | partitive, positive | ouderlijk |
| ouderlijkst | uninflected, superlative | ouderlijk |
| ouderlijkste | inflected, superlative | ouderlijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ouderlijk zijn vastgelegd.