schouder
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈsxɑudərBetekenis
- gewricht dat een arm met de romp verbindt
- (bij uitbreiding) elk van de bovenste delen van de romp van de hals tot en met het begin van de arm
Hoe spreek je schouder uit?
/ˈsxɑudər/
Schouder bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| ɑu | koud |
| d | dak |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- gewricht dat een bovenarm met de romp verbindt
- elk van de bovenste delen van de romp van de hals tot en met het begin van de bovenarm
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schouders | meervoud |
| schoudertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schoudertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schouderen
- gebiedende wijs van schouderen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schouderen
Vervoeging van schouder
schouderhele werkwoord
Herkomst
in de betekenis van ‘deel van romp tussen arm en hals’ voor het eerst aangetroffen in 1220.
Woordfamilie van schouder
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schouders | meervoud | schouder |
| schoudertje | verkleinwoord | schouder |
| schoudertjes | verkleinwoord meervoud | schouder |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schouder zijn vastgelegd.