otteren
werkwoordBetekenis
- heel moeizaam bezig zijn
Vervoeging van otteren
otterenhele werkwoord — otterdeverleden tijd enkelvoud — otterdenverleden tijd meervoud — geotterdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | otter | otterde |
| jij | ottert | otterde |
| hij, zij, het | ottert | otterde |
| wij | otteren | otterden |
| jullie | otteren | otterden |
| zij | otteren | otterden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| geotterd | verleden tijd, deelwoord |
| geotterd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geotterd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geotterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geotterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geotterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geotterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geotterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geotterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geotterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geotterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geotterd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geotterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geotterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geotterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geotterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geotterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geotterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| otter | gebiedende wijs |
| otterde | verleden tijd |
| ottere | aanvoegende wijs |
| otterend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geotterd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te otteren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen otteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal geotterd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geotterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geotterd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal otteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal otteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal otteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou geotterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geotterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geotterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou otteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou otteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou otteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geotterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geotterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geotterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden otteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden otteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden otteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geotterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt otteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geotterd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geotterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geotterd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen otteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen otteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen otteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen otteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geotterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult otteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van otter met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van otteren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geotterd | voltooid deelwoord | otteren |
| otterde | verleden tijd | otteren |
| otterden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | otteren |
| ottere | aanvoegende wijs | otteren |
| otterend | onvoltooid deelwoord | otteren |
| otterende | woordvorm | otteren |
| ottert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | otteren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van otteren zijn vastgelegd.