Naar de inhoud

grootbrengen

het ouderschap over opgroeiende kinderen uitoefenen

grootbrengen

werkwoord

Betekenis

  1. het ouderschap over opgroeiende kinderen uitoefenen

Vervoeging van grootbrengen

grootbrengenhele werkwoord — bracht grootverleden tijd enkelvoud — brachten grootverleden tijd meervoud — grootgebrachtvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik breng groot bracht groot
jij brengt groot bracht groot
hij, zij, het brengt groot bracht groot
wij brengen groot brachten groot
jullie brengen groot brachten groot
zij brengen groot brachten groot
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben grootgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent grootgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bracht groot verleden tijd
breng groot gebiedende wijs
er is grootgebracht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was grootgebracht impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd grootgebracht impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt grootgebracht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal grootgebracht worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal grootgebracht zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou grootgebracht worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou grootgebracht zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
groot te brengen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
groot te zullen brengen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
groot zal brengen bijzin, toekomende tijd
groot zou brengen bijzin, voorwaardelijk
groot zouden brengen bijzin, voorwaardelijk
groot zoudt brengen bijzin, voorwaardelijk
groot zullen brengen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
groot zullen brengen bijzin, toekomende tijd
groot zult brengen bijzin, toekomende tijd
grootbracht bijzin, verleden tijd
grootbrachten bijzin, verleden tijd
grootbreng bijzin, tegenwoordige tijd
grootbrengend onvoltooid, deelwoord
grootbrengt bijzin, tegenwoordige tijd
grootgebracht verleden tijd, deelwoord
grootgebracht te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
grootgebracht te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
grootgebracht te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
grootgebracht te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
grootgebracht te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
grootgebracht worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
grootgebracht zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
grootgebracht zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
grootgebracht zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
grootgebracht zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had grootgebracht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had grootgebracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had grootgebracht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden grootgebracht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden grootgebracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden grootgebracht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt grootgebracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb grootgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben grootgebracht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben grootgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben grootgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben grootgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt grootgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft grootgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft grootgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is grootgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is grootgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben grootgebracht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen grootbrengen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart grootgebracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren grootgebracht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren grootgebracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren grootgebracht voltooid, verleden tijd, derde persoon
was grootgebracht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was grootgebracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was grootgebracht voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd grootgebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd grootgebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd grootgebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden grootgebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden grootgebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden grootgebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt grootgebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word grootgebracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden grootgebracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden grootgebracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden grootgebracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt grootgebracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt grootgebracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal grootbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal grootbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal grootbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal grootbrengen bijzin, toekomende tijd
zal grootgebracht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal grootgebracht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal grootgebracht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal grootgebracht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal grootgebracht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal grootgebracht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal grootgebracht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn grootgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn grootgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn grootgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt grootgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou grootbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou grootbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou grootbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou grootbrengen bijzin, voorwaardelijk
zou grootgebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou grootgebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou grootgebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou grootgebracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou grootgebracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou grootgebracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou grootgebracht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou grootgebracht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou grootgebracht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) grootbrengen groot zou(dt) brengen bijzin, voorwaardelijk
zouden grootbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden grootbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden grootbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden grootbrengen bijzin, voorwaardelijk
zouden grootgebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden grootgebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden grootgebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden grootgebracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden grootgebracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden grootgebracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden grootgebracht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden grootgebracht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden grootgebracht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt grootbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt grootbrengen bijzin, voorwaardelijk
zoudt grootgebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt grootgebracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt grootgebracht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen grootbrengen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen grootbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen grootbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen grootbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen grootbrengen bijzin, toekomende tijd
zullen grootgebracht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen grootgebracht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen grootgebracht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen grootgebracht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen grootgebracht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen grootgebracht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen grootgebracht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen grootgebracht zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen grootgebracht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult grootbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van groot en brengen

Woordfamilie van grootbrengen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bracht groot verleden tijd grootbrengen
brachten groot aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon grootbrengen
breng groot gebiedende wijs grootbrengen
brenge groot woordvorm grootbrengen
brengen groot aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon grootbrengen
brengt groot aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon grootbrengen
grootbracht subordinate-clause, verleden tijd grootbrengen
grootbrachten subordinate-clause, verleden tijd grootbrengen
grootbreng subordinate-clause, tegenwoordige tijd grootbrengen
grootbrenge with-subordinate-clause grootbrengen
grootbrengend onvoltooid deelwoord grootbrengen
grootbrengende woordvorm grootbrengen
grootbrengt subordinate-clause, tegenwoordige tijd grootbrengen
grootgebracht voltooid deelwoord grootbrengen
grootgebrachte woordvorm grootbrengen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van grootbrengen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over grootbrengen

Wat betekent grootbrengen?
Grootbrengen is een werkwoord. Het woord betekent: het ouderschap over opgroeiende kinderen uitoefenen.
Hoe vervoeg je grootbrengen?
Je vervoegt grootbrengen als volgt: het voltooid deelwoord is grootgebracht. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord grootbrengen is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. G 3
  2. R 2
  3. O 1
  4. O 1
  5. T 2
  6. B 3
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. G 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

grootbrengen levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. G 3
  2. R 2
  3. O 1
  4. O 1
  5. T 2
  6. B 4
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. G 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 22 zonder bonus
  14. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

grootbrengen in het kort

grootbrengen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van grootbrengen zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort grootbrengen bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

grootbrengen: het ouderschap over opgroeiende kinderen uitoefenen
Deel grootbrengen — standaardnederlands.nl