Naar de inhoud

dresseren

dieren africhten, kunstjes leren, tot gehoorzaamheid dwingen

dresseren

werkwoord

Betekenis

  1. dieren africhten, kunstjes leren, tot gehoorzaamheid dwingen
  2. voor aflevering opmaken (b.v. bij van vlees, wild, gevogelte of een schotel)

Vervoeging van dresseren

dresserenhele werkwoord — dresseerdeverleden tijd enkelvoud — dresseerdenverleden tijd meervoud — gedresseerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik dresseer dresseerde
jij dresseert dresseerde
hij, zij, het dresseert dresseerde
wij dresseren dresseerden
jullie dresseren dresseerden
zij dresseren dresseerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gedresseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gedresseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
dresseer gebiedende wijs
dresseerde verleden tijd
dressere aanvoegende wijs
dresserend onvoltooid, deelwoord
er is gedresseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gedresseerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gedresseerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gedresseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gedresseerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gedresseerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gedresseerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gedresseerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gedresseerd verleden tijd, deelwoord
gedresseerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedresseerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedresseerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedresseerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedresseerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedresseerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedresseerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedresseerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedresseerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedresseerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedresseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedresseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedresseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedresseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedresseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedresseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedresseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedresseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedresseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedresseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedresseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedresseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedresseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedresseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedresseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gedresseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gedresseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te dresseren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedresseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen dresseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gedresseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedresseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gedresseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedresseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gedresseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gedresseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gedresseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gedresseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gedresseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gedresseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gedresseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gedresseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gedresseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gedresseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gedresseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gedresseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gedresseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gedresseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gedresseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gedresseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal dresseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal dresseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal dresseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedresseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedresseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedresseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gedresseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedresseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gedresseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedresseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gedresseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gedresseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gedresseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gedresseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou dresseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou dresseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou dresseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedresseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedresseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedresseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gedresseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedresseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gedresseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedresseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedresseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedresseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden dresseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden dresseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden dresseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedresseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedresseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedresseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedresseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gedresseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gedresseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedresseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedresseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedresseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt dresseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedresseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gedresseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gedresseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen dresseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen dresseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen dresseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen dresseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedresseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedresseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedresseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedresseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gedresseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gedresseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedresseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedresseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedresseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult dresseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedresseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gedresseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gedresseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘africhten’ voor het eerst aangetroffen in 1650

Woordfamilie van dresseren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
dresseer gebiedende wijs dresseren
dresseerde verleden tijd dresseren
dresseerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon dresseren
dresseert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon dresseren
dressere aanvoegende wijs dresseren
dresserend onvoltooid deelwoord dresseren
dresserende woordvorm dresseren
gedresseerd voltooid deelwoord dresseren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dresseren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over dresseren

Wat is de betekenis van dresseren?
Dresseren is een werkwoord. De betekenis is: dieren africhten, kunstjes leren, tot gehoorzaamheid dwingen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik dresseren?
Zo vervoeg je dresseren zo: de tegenwoordige tijd is dresseer, de verleden tijd is dresseerde en het voltooid deelwoord is gedresseerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord dresseren is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. R 2
  3. E 1
  4. S 2
  5. S 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

dresseren levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 54 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. R 2
  3. E 1
  4. S 2
  5. S 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 zonder bonus
  11. 54 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (D) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

dresseren in het kort

dresseren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van dresseren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort dresseren bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

dresseren: dieren africhten, kunstjes leren, tot gehoorzaamheid dwingen
Deel dresseren — standaardnederlands.nl