opvoeder
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die een kind leert hoe het zich moet gedragen en zorgt dat het opgroeit door het eten te geven
- voogd, mentor, ouder
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| opvoeders | meervoud |
| opvoedertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| opvoedertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van opvoeden met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van opvoeder
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| opvoeders | meervoud | opvoeder |
| opvoedertje | verkleinwoord | opvoeder |
| opvoedertjes | verkleinwoord meervoud | opvoeder |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opvoeder zijn vastgelegd.