moes
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord, werkwoord musBetekenis
- fijngehakte of fijngekookte groente of vruchten
- aanduiding van planten waarvan voedsel bereid kan worden
- (koosnaam) moeder, moe, mama
- moest
- muis
Hoe spreek je moes uit?
/mus/
Moes bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| u | boek |
| s | sok |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| moesje | verkleinwoord, enkelvoud |
| moesjes | verkleinwoord, meervoud |
zelfstandig naamwoord
- moeder, moe, mama vernacular
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| moesje | verkleinwoord, enkelvoud |
Woordvorm
- partitief van de stellende trap van moe
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van moezen
- gebiedende wijs van moezen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van moezen
Vervoeging van moes
moeshele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘brij’ voor het eerst aangetroffen in 901
Woordfamilie van moes
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| moesjes | verkleinwoord meervoud | moes |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van moes zijn vastgelegd.