smoes
zelfstandig naamwoord, werkwoord smusBetekenis
- turfkluit
Hoe spreek je smoes uit?
/smus/
Smoes bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| m | maan |
| u | boek |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- praatje, uitvlucht, verzinsel als uitvlucht, voorwendsel
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [1] sjmoes | |
| smoesje | verkleinwoord, enkelvoud |
| smoesjes | verkleinwoord, meervoud |
| smoezen | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van smoezen
- gebiedende wijs van smoezen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van smoezen
Vervoeging van smoes
smoeshele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Jiddisch, in de betekenis van ‘uitvlucht’ voor het eerst aangetroffen in 1901
Woordfamilie van smoes
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| smoesje | verkleinwoord | smoes |
| smoesjes | verkleinwoord meervoud | smoes |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van smoes zijn vastgelegd.