cruise
zelfstandig naamwoord, werkwoord kruːsBetekenis
- vakantie op een varend schip met uitgebreide voorzieningen voor de passagiers
Hoe spreek je cruise uit?
/krus/
Cruise bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| r | rood |
| u | boek |
| s | sok |
Klinkt hetzelfde als kroes, crews.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| cruises | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van cruisen
- gebiedende wijs van cruisen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van cruisen
- aanvoegende wijs van cruisen
Vervoeging van cruise
cruisehele werkwoord
Herkomst
van Engels cruise, in de betekenis van ‘vakantietocht met schip’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1953
Woordfamilie van cruise
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| cruises | meervoud | cruise |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van cruise zijn vastgelegd.