Naar de inhoud

verwarren

in de war brengen

verwarren

werkwoord /vɛrˈʋɑrən/

Betekenis

  1. in de war brengen
  2. door elkaar halen

Hoe spreek je verwarren uit?

/vɛrˈwɑrən/

Verwarren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /vɛrˈwɑrən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
ɛ bed
r rood
w quiz
ɑ bad
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van verwarren

verwarrenhele werkwoord — verwardeverleden tijd enkelvoud — verwardenverleden tijd meervoud — verwardvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verwar verwarde
jij verwart verwarde
hij, zij, het verwart verwarde
wij verwarren verwarden
jullie verwarren verwarden
zij verwarren verwarden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verward voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verward voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verward impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verward impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verward impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verward impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verward worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verward zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verward worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verward zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verward voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verward voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verward voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verward voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verward voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verward voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verward voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verward voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verward actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verward voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verward voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verward voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verward voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verward voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verward voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verward voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verward voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verward actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verwarren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verwarren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verwar gebiedende wijs
verward verleden tijd, deelwoord
verward te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verward te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verward te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verward te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verward te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verward worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verward zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verward zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verward zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verward zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verwarde verleden tijd
verwarre aanvoegende wijs
verwarrend onvoltooid, deelwoord
waart verward voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verward voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verward voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verward voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verward voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verward voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verward voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verward enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verward enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verward enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verward enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verward enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verward enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verward enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verward enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verward enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verward enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verward enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verward enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verward enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal verward hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verward hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verward hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verward worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verward worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verward zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verward zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verwarren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verwarren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verwarren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn verward voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verward voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verward voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verward voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verward hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verward hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verward hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verward worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verward worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verward worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verward zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verward zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verward zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verwarren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verwarren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verwarren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verward hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verward hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verward hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verward worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verward worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verward worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verward zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verward zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verward zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verwarren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verwarren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verwarren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verward hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verward worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verward zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verwarren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen verward hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verward hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verward hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verward worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verward worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verward worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verward zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verward zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verward zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verwarren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verwarren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verwarren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verwarren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult verward hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verward worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verward zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verwarren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘in de war brengen, in de war maken’ voor het eerst aangetroffen in 1285

Woordfamilie van verwarren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verwar gebiedende wijs verwarren
verwarden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verwarren
verwarre aanvoegende wijs verwarren
verwart aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon verwarren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verwarren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over verwarren

Hoe spreek je verwarren uit?
De uitspraak van verwarren is: /vɛrˈʋɑrən/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent verwarren?
Verwarren is een werkwoord. Het woord betekent: in de war brengen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je verwarren?
Je vervoegt verwarren als volgt: de tegenwoordige tijd is verwar, de verleden tijd is verwarde en het voltooid deelwoord is verward. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op verwarren?

In dit woordenboek rijmen 11 woorden op -arren op verwarren, zoals sarren, sparren en marren. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op verwarren, uitspraak vɛrˈwɑrən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
sarren 2
sparren 2
marren 2
warren 2
scharren 2
kokosgaren 4
starren 2
barren 2
boodschappenkarren 5
darren 2
karren 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verwarren is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. W 5
  5. A 1
  6. R 2
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verwarren levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. W 5
  5. A 1
  6. R 2
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 zonder bonus
  11. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verwarren in het kort

verwarren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van verwarren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort verwarren bij een woordfamilie van 4 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

verwarren: in de war brengen
Deel verwarren — standaardnederlands.nl