dagboek
zelfstandig naamwoord ˈdɑɣbukBetekenis
- een boek waarin men dagelijks zijn wederwaardigheden neerschrijft
Hoe spreek je dagboek uit?
/ˈdɑxbuk/
Dagboek bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| b | bak |
| u | boek |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dagboeken | meervoud |
| dagboekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| dagboekjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘aantekeningen van dagelijkse gebeurtenissen’ voor het eerst aangetroffen in 1621
Woordfamilie van dagboek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dagboeken | meervoud | dagboek |
| dagboekje | verkleinwoord | dagboek |
| dagboekjes | verkleinwoord meervoud | dagboek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dagboek zijn vastgelegd.