leger
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord, werkwoord ˈleɣərBetekenis
- een militaire strijdmacht
- een ondiep kuiltje in het veld of onder begroeiing waar een haas, vos of hert in ligt
Hoe spreek je leger uit?
/ˈlexər/
Leger bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| e | veel |
| x | acht |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| legers | meervoud |
| legertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| legertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- onverbogen vorm van de vergrotende trap van leeg
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van legeren
- gebiedende wijs van legeren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van legeren
Vervoeging van leger
legerhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘ligplaats (van dier)’ voor het eerst aangetroffen in 1100
Woordfamilie van leger
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| legertje | verkleinwoord | leger |
| legertjes | verkleinwoord meervoud | leger |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van leger zijn vastgelegd.