landmacht
zelfstandig naamwoordBetekenis
- krijgsmacht te land
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| landmachten | meervoud |
| landmachtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| landmachtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘krijgsmachtonderdeel dat strijdt te land’ voor het eerst aangetroffen in 1814
Woordfamilie van landmacht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| landmachten | meervoud | landmacht |
| landmachtje | verkleinwoord | landmacht |
| landmachtjes | verkleinwoord meervoud | landmacht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van landmacht zijn vastgelegd.