kukelen
werkwoord ˈkykələ(n)Betekenis
- buitelend tuimelen of vallen.
- het geluid van een haan maken.
Hoe spreek je kukelen uit?
/ˈkykələn/
Kukelen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| y | fuut |
| ə | de |
| l | land |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van kukelen
kukelenhele werkwoord — kukeldeverleden tijd enkelvoud — kukeldenverleden tijd meervoud — gekukeldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | kukel | kukelde |
| jij | kukelt | kukelde |
| hij, zij, het | kukelt | kukelde |
| wij | kukelen | kukelden |
| jullie | kukelen | kukelden |
| zij | kukelen | kukelden |
Alle 36 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gekukeld | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid |
| er was gekukeld | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid |
| er werd gekukeld | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er wordt gekukeld | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal gekukeld worden | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal gekukeld zijn | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid |
| er zou gekukeld worden | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid |
| er zou gekukeld zijn | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gekukeld | verleden tijd, deelwoord |
| gekukeld te zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekukeld zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| hebben gekukeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| kukel | gebiedende wijs |
| kukelde | verleden tijd |
| kukele | aanvoegende wijs |
| kukelend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben/zijn gekukeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te kukelen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen kukelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal kukelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal kukelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal kukelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gekukeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zou kukelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou kukelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou kukelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden kukelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden kukelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden kukelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt kukelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen kukelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen kukelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen kukelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen kukelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult kukelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
[1] net als keukelen en goochelen van Middelnederlands kokelen "bedriegen, toeren uithalen", in de betekenis van ‘tuimelen’ voor het eerst aangetroffen in 1897
Woordfamilie van kukelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gekukeld | voltooid deelwoord | kukelen |
| gekukelde | woordvorm | kukelen |
| kukelde | verleden tijd | kukelen |
| kukelden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | kukelen |
| kukele | aanvoegende wijs | kukelen |
| kukelend | onvoltooid deelwoord | kukelen |
| kukelende | woordvorm | kukelen |
| kukelt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | kukelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kukelen zijn vastgelegd.