kost
zelfstandig naamwoord, werkwoord kɔstBetekenis
- geldbedrag of andere tegenprestatie voor een verkregen voorwerp of dienst of voor veroorzaakte schade. Alleen het enkelvoud is verouderd, in deze betekenis is het meervoud kosten gangbaar.
- voedsel, als onderdeel van het dagelijks bestaan. In deze betekenis wordt het meervoud niet gebruikt, maar komen de verkleinwoorden wel voor.
- (redskab)
- voeding
- been, bot
- graat; botje van een vis
- stuk, lekker ding; een aantrekkelijke vrouw
Hoe spreek je kost uit?
/kɔst/
Kost bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɔ | bot |
| s | sok |
| t | tak |
zelfstandig naamwoord — masculine
- geldbedrag of andere tegenprestatie voor een verkregen voorwerp of dienst of voor veroorzaakte schade Het enkelvoud is in deze betekenis verouderd, zeker in Nederland; het meervoud kosten is gangbaar geworden. obsolete
- voedsel, als onderdeel van het dagelijks bestaan In deze betekenis wordt het meervoud niet gebruikt, maar komen de verkleinwoorden wel voor.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kosten | meervoud |
| kostje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kostjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van kosten
- gebiedende wijs van kosten
Vervoeging van kost
kosthele werkwoord
Herkomst
van Middelnederlands cost / coste, in de betekenis van ‘uitgave, levensonderhoud’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van kost
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kostje | verkleinwoord | kost |
| kostjes | verkleinwoord meervoud | kost |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kost zijn vastgelegd.