Naar de inhoud

kosten

voor een bepaalde prijs te koop zijn

kosten is meer dan één woord

kosten

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈkɔstə(n)

Betekenis

  1. voor een bepaalde prijs te koop zijn
  2. vergen
  3. geldbedrag of andere tegenprestatie voor een verkregen voorwerp of dienst of voor veroorzaakte schade

Hoe spreek je kosten uit?

/ˈkɔstən/

Kosten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈkɔstən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
k kat
ɔ bot
s sok
t tak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. als te betalen prijs hebben absolute
  2. als tegenprestatie vereisen, verlies met zich meebrengen van absolute, figuratively

Vervoeging van kosten

kostenhele werkwoord — kostteverleden tijd enkelvoud — kosttenverleden tijd meervoud — gekostvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kost kostte
jij kost kostte
hij, zij, het kost kostte
wij kosten kostten
jullie kosten kostten
zij kosten kostten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gekost verleden tijd, deelwoord
gekost te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekost zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gekost voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gekost voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gekost voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gekost voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gekost voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gekost voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gekost voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gekost voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekost actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gekost voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekost voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gekost voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gekost voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekost voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekost voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kost gebiedende wijs
koste aanvoegende wijs
kostend onvoltooid, deelwoord
kostte verleden tijd
te hebben gekost actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te kosten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen kosten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gekost hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekost hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gekost hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal kosten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal kosten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal kosten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gekost hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekost hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekost hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou kosten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou kosten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou kosten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gekost hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekost hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekost hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden kosten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden kosten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden kosten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gekost hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt kosten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gekost hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekost hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekost hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen kosten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen kosten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen kosten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen kosten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gekost hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult kosten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

ww via Middelnederlands costen van Frans coster, in de betekenis van ‘voor een bedrag verkrijgbaar zijn’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240

Woordfamilie van kosten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gekost voltooid deelwoord kosten
kostend onvoltooid deelwoord kosten
kostende woordvorm kosten
kostte verleden tijd kosten
kostten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon kosten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kosten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over kosten

Hoe spreek ik kosten uit?
Zo spreek je kosten uit: /ˈkɔstə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van kosten?
Kosten is een werkwoord. De betekenis is: voor een bepaalde prijs te koop zijn. In totaal staan er 5 betekenissen.
Hoe vervoeg ik kosten?
Zo vervoeg je kosten zo: de tegenwoordige tijd is kost, de verleden tijd is kostte en het voltooid deelwoord is gekost. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op kosten?

Op kosten rijmen 26 woorden, onder andere aanloopkosten, aanmaakkosten en posten. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op kosten, uitspraak ˈkɔstən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
aanloopkosten 4
aanmaakkosten 4
posten 2
hosten 2
zorgkosten 4
zegelkosten 4
ziektekosten 4
representatiekosten 7
arbeidskosten 4
werkingskosten 4
exploitatiekosten 6
transactiekosten 5
uitvoeringskosten 5
verwarmingskosten 5
aansluitkosten 4
drempelkosten 4
aankoopkosten 4
aanlegkosten 4
binnenposten 4
grondstofkosten 4
plaatsingskosten 4
postten 2
stallingkosten 4
terminatiekosten 6
uitzendkosten 4
winterkosten 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord kosten is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. O 1
  3. S 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

kosten levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 48 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. O 1
  3. S 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 zonder bonus
  8. 48 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

kosten telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

kosten in het kort

kosten is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 5 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van kosten staan er 31 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort kosten bij een woordfamilie van 5 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

kosten: voor een bepaalde prijs te koop zijn
Deel kosten — standaardnederlands.nl