klophout
zelfstandig naamwoordBetekenis
- houten instrument waarmee men kan kloppen (o.a. in de orgelmakerij, de leerlooierij, textielindustrie en bij borstelmakers)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| klophouten | meervoud |
| klophoutje | verkleinwoord, enkelvoud |
| klophoutjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van kloppen ww en hout zn
Woordfamilie van klophout
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| klophouten | meervoud | klophout |
| klophoutje | verkleinwoord | klophout |
| klophoutjes | verkleinwoord meervoud | klophout |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van klophout zijn vastgelegd.