klim
zelfstandig naamwoord, werkwoord klɪmBetekenis
- een tocht waarbij geklommen wordt or moet worden
Hoe spreek je klim uit?
/klɪm/
Klim bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| l | land |
| ɪ | pit |
| m | maan |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| klimmetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| klimmetjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van klimmen
- gebiedende wijs van klimmen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van klimmen
Vervoeging van klim
klimhele werkwoord
Woordfamilie van klim
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| klimmetje | verkleinwoord | klim |
| klimmetjes | verkleinwoord meervoud | klim |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van klim zijn vastgelegd.