gym
zelfstandig naamwoord, werkwoord /ɣɪm/Betekenis
- gymnastiekles
- ruimte met fitness apparaten
- gymnasium
Hoe spreek je gym uit?
/xɪm/
Gym bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ɪ | pit |
| m | maan |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gymmen | enkelvoud |
| gymmetje | verkleinwoord, tweede persoon |
| gymmetjes | verkleinwoord, enkelvoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gymmen
- gebiedende wijs van gymmen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gymmen
Vervoeging van gym
gymhele werkwoord
Woordfamilie van gym
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gymmetje | verkleinwoord, 2e persoon | gym |
| gymmetjes | verkleinwoord | gym |
| gyms | meervoud | gym |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gym zijn vastgelegd.