katheter
zelfstandig naamwoord kaˈtetərBetekenis
- een buisje dat tijdelijk in een lichaamsholte wordt aangebracht, bijv. om lichaamsvocht op te vangen of een medicijn toe te dienen
Hoe spreek je katheter uit?
/kaˈtetər/
Katheter bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| a | maan |
| t | tak |
| e | veel |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Klinkt hetzelfde als catheter.
zelfstandig naamwoord — masculine
- buisje dat tijdelijk in een lichaamsholte wordt aangebracht, bijv. om lichaamsvocht op te vangen of een medicijn toe te dienen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| katheters | meervoud |
| kathetertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kathetertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordfamilie van katheter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| catheter | masculine | katheter |
| katheters | meervoud | katheter |
| kathetertje | verkleinwoord | katheter |
| kathetertjes | verkleinwoord meervoud | katheter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van katheter zijn vastgelegd.