peter
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die andermans kind mede ten doop houdt en plechtig belooft medeverantwoordelijkheid voor de (christelijke) opvoeding van dit petekind te zullen dragen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| peters | meervoud |
| petertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| petertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘principle wetmatigheid dat iedereen een te hoge functie ambieert’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1989
Woordfamilie van peter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| peters | meervoud | peter |
| petertje | verkleinwoord | peter |
| petertjes | verkleinwoord meervoud | peter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van peter zijn vastgelegd.