telecomoperator
zelfstandig naamwoord ˈteləkɔmˌɔpəˌretərBetekenis
- een bedrijf in de telecomsector die telecommunicatie mogelijk maakt, zoals telefonie en internet
Hoe spreek je telecomoperator uit?
/ˈteləkɔmˌɔpəˌretər/
Telecomoperator bestaat uit zeven lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| e | veel |
| l | land |
| ə | de |
| k | kat |
| ɔ | bot |
| m | maan |
| p | pak |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — masculine
- een bedrijf in de telecomsector dat telecommunicatie mogelijk maakt, zoals telefonie en internet
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| telecomoperatoren | meervoud |
| telecomoperators | meervoud |
Herkomst
Samenstelling van telecom en operator
Woordfamilie van telecomoperator
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| telecomoperatoren | meervoud | telecomoperator |
| telecomoperators | meervoud | telecomoperator |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van telecomoperator zijn vastgelegd.