regenmeter
zelfstandig naamwoord ˈreɣə(n)ˌmetərBetekenis
- een toestel dat de hoeveelheid gevallen neerslag meet
Hoe spreek je regenmeter uit?
/ˈrexənˌmetər/
Regenmeter bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| e | veel |
| x | acht |
| ə | de |
| n | nek |
| m | maan |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — masculine
- toestel dat de hoeveelheid gevallen neerslag in een bepaalde periode op een bepaalde plaats meet
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| regenmeters | meervoud |
| regenmetertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| regenmetertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van regen zn en meter zn "(2)"
Woordfamilie van regenmeter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| regenmeters | meervoud | regenmeter |
| regenmetertje | verkleinwoord | regenmeter |
| regenmetertjes | verkleinwoord meervoud | regenmeter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van regenmeter zijn vastgelegd.