kamenier
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- vrouwelijke dienares van een (adellijke) dame
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kameniers | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kamenieren
- gebiedende wijs van kamenieren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kamenieren
Vervoeging van kamenier
kamenierhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het middeleeuws Latijn, in de betekenis van ‘vrouwelijke bediende’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van kamenier
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kameniers | meervoud | kamenier |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kamenier zijn vastgelegd.