kamerbreed
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- zo breed als een kamer, vooral van tapijt dat 400 cm breed is
- een kamerbrede meerderheid is een zeer ruime meerderheid in de Eerste of Tweede Kamer
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kamerbrede | verbogen, stellende trap |
| kamerbreeds | partitief, stellende trap |
Herkomst
In de betekenis van ‘gesteund door de meerderheid van de (Tweede) Kamer’ voor het eerst aangetroffen in 1982
Woordfamilie van kamerbreed
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kamerbrede | verbogen vorm | kamerbreed |
| kamerbreeds | partitive, positive | kamerbreed |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kamerbreed zijn vastgelegd.