familiekamer
zelfstandig naamwoord faˈmiliˌkamərBetekenis
- (Nederland) onderdeel van een rechtbank of gerechtshof dat echtscheidingen afhandelt en andere zaken op het terrein van familierecht
- vertrek binnen een instelling waar naaste familieleden van een cliënt bij elkaar kunnen zijn
- vertrek in een hotel dat zo ruim is dat een heel gezin erin kan verblijven en overnachten
- ruimte in een woonhuis waar de leden van het huisgezin samen kunnen verblijven
Hoe spreek je familiekamer uit?
/faˈmiliˌkamər/
Familiekamer bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| a | maan |
| m | maan |
| i | riet |
| l | land |
| k | kat |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- onderdeel van een rechtbank of gerechtshof dat echtscheidingen afhandelt en andere zaken op het terrein van familierecht
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| familiekamers | meervoud |
Herkomst
samenstelling van familie zn en kamer zn
Woordfamilie van familiekamer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| familiekamers | meervoud | familiekamer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van familiekamer zijn vastgelegd.