Kamerfractie
zelfstandig naamwoord ˈkamərˌfrɑksiBetekenis
- (Nederland) gezamenlijk optredende vertegenwoordigers van een politieke partij in de Eerste of Tweede Kamer het Nederlandse parlement
- (België) gezamenlijk optredende vertegenwoordigers van een politieke partij in de Kamer van volksvertegenwoordigers in het Belgische federale parlement
Hoe spreek je Kamerfractie uit?
/ˈkamərˌfrɑksi/
Kamerfractie bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| a | maan |
| m | maan |
| ə | de |
| r | rood |
| f | fiets |
| ɑ | bad |
| s | sok |
| i | riet |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Klinkt hetzelfde als kamerfraktie.
zelfstandig naamwoord
- gezamenlijk optredende vertegenwoordigers van een politieke partij in de Eerste of Tweede Kamer het Nederlandse parlement
- gezamenlijk optredende vertegenwoordigers van een politieke partij in de Kamer van volksvertegenwoordigers in het Belgische federale parlement
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| Kamerfracties | meervoud |
| kamerfractie | |
| kamerfraktie |
Herkomst
samenstelling van kamer zn "afzonderlijk werkend onderdeel van een parlement" en fractie zn "politieke groepering in een volksvertegenwoordiging" , geschreven met een hoofdletter volgens spellingregel 16.N
Woordfamilie van Kamerfractie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| Kamerfracties | meervoud | Kamerfractie |
| kamerfractie | feminine | Kamerfractie |
| kamerfraktie | feminine | Kamerfractie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van Kamerfractie zijn vastgelegd.