instituut
zelfstandig naamwoord ˌɪnstiˈtytBetekenis
- instelling 1 voor onderzoek, onderwijs, verpleging e.d
Hoe spreek je instituut uit?
/ˌɪnstiˈtyt/
Instituut bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɪ | pit |
| n | nek |
| s | sok |
| t | tak |
| i | riet |
| y | fuut |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- instelling [1] voor onderzoek, onderwijs, verpleging e.d
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| instituten | meervoud |
| instituutje | verkleinwoord, enkelvoud |
| instituutjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘instelling’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1800
Woordfamilie van instituut
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| instituten | meervoud | instituut |
| instituutje | verkleinwoord | instituut |
| instituutjes | verkleinwoord meervoud | instituut |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van instituut zijn vastgelegd.