Naar de inhoud

instoppen

indoen

instoppen

werkwoord

Betekenis

  1. indoen
  2. iemand in bed onder de dekens leggen en/of de lakens aan de zijkant onder de matras strak zetten
  3. tweede betekenisomschrijving
  4. enz.

Vervoeging van instoppen

instoppenhele werkwoord — stopte inverleden tijd enkelvoud — stopten inverleden tijd meervoud — ingestoptvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik stop in stopte in
jij stopt in stopte in
hij, zij, het stopt in stopte in
wij stoppen in stopten in
jullie stoppen in stopten in
zij stoppen in stopten in
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ingestopt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingestopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ingestopt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingestopt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingestopt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingestopt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingestopt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingestopt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingestopt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingestopt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingestopt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingestopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingestopt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingestopt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingestopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingestopt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingestopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingestopt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingestopt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingestopt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingestopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingestopt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingestopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingestopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingestopt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te stoppen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen stoppen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal stoppen bijzin, toekomende tijd
in zou stoppen bijzin, voorwaardelijk
in zouden stoppen bijzin, voorwaardelijk
in zoudt stoppen bijzin, voorwaardelijk
in zullen stoppen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen stoppen bijzin, toekomende tijd
in zult stoppen bijzin, toekomende tijd
ingestopt verleden tijd, deelwoord
ingestopt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingestopt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingestopt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingestopt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingestopt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingestopt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingestopt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingestopt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingestopt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingestopt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
instop bijzin, tegenwoordige tijd
instoppend onvoltooid, deelwoord
instopt bijzin, tegenwoordige tijd
instopte bijzin, verleden tijd
instopten bijzin, verleden tijd
is ingestopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingestopt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
stop in gebiedende wijs
stopte in verleden tijd
te hebben ingestopt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen instoppen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ingestopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingestopt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingestopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingestopt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingestopt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingestopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingestopt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ingestopt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ingestopt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ingestopt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ingestopt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ingestopt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ingestopt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ingestopt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ingestopt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ingestopt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ingestopt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ingestopt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ingestopt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ingestopt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ingestopt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingestopt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingestopt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingestopt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingestopt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingestopt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingestopt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal instoppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal instoppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal instoppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal instoppen bijzin, toekomende tijd
zijn ingestopt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingestopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingestopt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingestopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ingestopt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingestopt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingestopt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingestopt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingestopt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ingestopt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingestopt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingestopt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingestopt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou instoppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou instoppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou instoppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou instoppen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) instoppen in zou(dt) stoppen bijzin, voorwaardelijk
zouden ingestopt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingestopt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingestopt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingestopt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingestopt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingestopt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingestopt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingestopt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingestopt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden instoppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden instoppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden instoppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden instoppen bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingestopt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingestopt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingestopt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt instoppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt instoppen bijzin, voorwaardelijk
zullen ingestopt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingestopt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingestopt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingestopt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingestopt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingestopt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingestopt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingestopt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingestopt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen instoppen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen instoppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen instoppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen instoppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen instoppen bijzin, toekomende tijd
zult ingestopt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van in en stoppen

Woordfamilie van instoppen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ingestopt voltooid deelwoord instoppen
ingestopte woordvorm instoppen
instop subordinate-clause, tegenwoordige tijd instoppen
instoppe with-subordinate-clause instoppen
instoppend onvoltooid deelwoord instoppen
instoppende woordvorm instoppen
instopt subordinate-clause, tegenwoordige tijd instoppen
instopte subordinate-clause, verleden tijd instoppen
instopten subordinate-clause, verleden tijd instoppen
stop in gebiedende wijs instoppen
stoppe in woordvorm instoppen
stoppen in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon instoppen
stopt in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon instoppen
stopte in verleden tijd instoppen
stopten in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon instoppen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van instoppen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over instoppen

Wat betekent instoppen?
Instoppen is een werkwoord. Het woord betekent: indoen. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je instoppen?
Je vervoegt instoppen als volgt: het voltooid deelwoord is ingestopt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord instoppen is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. S 2
  4. T 2
  5. O 1
  6. P 3
  7. P 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

instoppen levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. S 2
  4. T 2
  5. O 1
  6. P 4
  7. P 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 zonder bonus
  11. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

instoppen in het kort

instoppen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van instoppen zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort instoppen bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

instoppen: indoen
Deel instoppen — standaardnederlands.nl