brut
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord /bryt/Betekenis
- soort champagne die maar één keer gegist heeft met een minimale toevoeging van suiker of zoetmiddel
- smaak van mousserende wijn die het tegendeel van zoet is, absoluut droog
- ruw, onbewerkt
- brood; een meelproduct dat gemaakt wordt door meeldeeg te bakken, te koken of te stomen
- boterham; snee brood
Hoe spreek je brut uit?
/bryt/
Brut bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| r | rood |
| y | fuut |
| t | tak |
Klinkt hetzelfde als bruut.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| brutje | verkleinwoord, enkelvoud |
| brutjes | verkleinwoord, meervoud |
| bruts | meervoud |
Herkomst
Van Frans brut "ruw, onbewerkt"; in de betekenis van ‘droog (van champagne)’ voor het eerst aangetroffen in 1984. (Zie ook bruut.)
Woordfamilie van brut
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| brutje | verkleinwoord | brut |
| brutjes | verkleinwoord meervoud | brut |
| bruts | meervoud | brut |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van brut zijn vastgelegd.