Naar de inhoud

inleveren

afstand doen van koopkracht of van een deel van het inkomen

inleveren

werkwoord ˈɪnlevərə(n)

Betekenis

  1. afstand doen van koopkracht of van een deel van het inkomen
  2. afgeven op een daarvoor bestemde plaats of bij een daartoe aangewezen persoon

Hoe spreek je inleveren uit?

/ˈɪnlevərən/

Inleveren bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɪnlevərən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɪ pit
n nek
l land
e veel
v vis
ə de
r rood
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van inleveren

inleverenhele werkwoord — leverde inverleden tijd enkelvoud — leverden inverleden tijd meervoud — ingeleverdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik lever in leverde in
jij levert in leverde in
hij, zij, het levert in leverde in
wij leveren in leverden in
jullie leveren in leverden in
zij leveren in leverden in
Alle 82 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is ingeleverd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingeleverd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingeleverd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingeleverd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingeleverd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingeleverd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingeleverd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingeleverd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingeleverd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingeleverd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingeleverd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingeleverd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingeleverd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingeleverd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingeleverd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingeleverd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingeleverd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingeleverd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingeleverd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingeleverd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingeleverd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingeleverd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingeleverd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te leveren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen leveren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal leveren bijzin, toekomende tijd
in zou leveren bijzin, voorwaardelijk
in zouden leveren bijzin, voorwaardelijk
in zoudt leveren bijzin, voorwaardelijk
in zullen leveren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen leveren bijzin, toekomende tijd
in zult leveren bijzin, toekomende tijd
ingeleverd verleden tijd, deelwoord
ingeleverd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingeleverd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
inlever bijzin, tegenwoordige tijd
inleverde bijzin, verleden tijd
inleverden bijzin, verleden tijd
inleverend onvoltooid, deelwoord
inlevert bijzin, tegenwoordige tijd
lever in gebiedende wijs
leverde in verleden tijd
te hebben ingeleverd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen inleveren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal ingeleverd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingeleverd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingeleverd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal inleveren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal inleveren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal inleveren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal inleveren bijzin, toekomende tijd
zou ingeleverd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingeleverd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingeleverd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou inleveren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou inleveren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou inleveren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou inleveren bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) inleveren in zou(dt) leveren bijzin, voorwaardelijk
zouden ingeleverd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingeleverd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingeleverd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden inleveren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden inleveren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden inleveren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden inleveren bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingeleverd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt inleveren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt inleveren bijzin, voorwaardelijk
zullen ingeleverd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingeleverd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingeleverd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen inleveren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen inleveren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen inleveren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen inleveren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen inleveren bijzin, toekomende tijd
zult ingeleverd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult inleveren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult inleveren bijzin, toekomende tijd
zult/zal inleveren in zult/zal leveren bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van in en leveren

Woordfamilie van inleveren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ingeleverd voltooid deelwoord inleveren
ingeleverde woordvorm inleveren
inlever subordinate-clause, tegenwoordige tijd inleveren
inleverde subordinate-clause, verleden tijd inleveren
inleverden subordinate-clause, verleden tijd inleveren
inlevere with-subordinate-clause inleveren
inleverend onvoltooid deelwoord inleveren
inleverende woordvorm inleveren
inlevert subordinate-clause, tegenwoordige tijd inleveren
lever in gebiedende wijs inleveren
leverde in verleden tijd inleveren
leverden in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon inleveren
levere in woordvorm inleveren
leveren in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon inleveren
levert in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon inleveren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inleveren zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over inleveren

Hoe spreek ik inleveren uit?
Zo spreek je inleveren uit: /ˈɪnlevərə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van inleveren?
Inleveren is een werkwoord. De betekenis is: afstand doen van koopkracht of van een deel van het inkomen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik inleveren?
Zo vervoeg je inleveren zo: het voltooid deelwoord is ingeleverd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord inleveren is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. L 3
  4. E 1
  5. V 4
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

inleveren levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. L 3
  4. E 1
  5. V 4
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 zonder bonus
  11. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

inleveren in het kort

inleveren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van inleveren staan er 53 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort inleveren bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

inleveren: afstand doen van koopkracht of van een deel van het inkomen
Deel inleveren — standaardnederlands.nl