bezorger
zelfstandig naamwoord bəˈzɔrɣərBetekenis
- een persoon die iets bezorgt
Hoe spreek je bezorger uit?
/bəˈzɔrxər/
Bezorger bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| z | zon |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| x | acht |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bezorgers | meervoud |
| bezorgertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bezorgertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
afgeleid van de werkwoordstam van bezorgen met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van bezorger
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bezorgers | meervoud | bezorger |
| bezorgertje | verkleinwoord | bezorger |
| bezorgertjes | verkleinwoord meervoud | bezorger |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bezorger zijn vastgelegd.