leveren
werkwoord /ˈlevərə(n)/Betekenis
- iemand iets ~: voor de aanvoer van iets zorg dragen
Hoe spreek je leveren uit?
/ˈlevərən/
Leveren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| e | veel |
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- voor de aanvoer van iets zorg dragen transitive
- bezorgen, geven transitive
- iemand iets ~ iemand iets vervelends aandoen pejorative, transitive
Vervoeging van leveren
leverenhele werkwoord — leverdeverleden tijd enkelvoud — leverdenverleden tijd meervoud — geleverdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | lever | leverde |
| jij | levert | leverde |
| hij, zij, het | levert | leverde |
| wij | leveren | leverden |
| jullie | leveren | leverden |
| zij | leveren | leverden |
Alle 127 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geleverd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geleverd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geleverd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geleverd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geleverd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geleverd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geleverd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geleverd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geleverd | verleden tijd, deelwoord |
| geleverd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geleverd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geleverd te zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geleverd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geleverd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geleverd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geleverd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geleverd zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geleverd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geleverd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geleverd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geleverd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geleverd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geleverd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geleverd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geleverd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geleverd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geleverd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| lever | gebiedende wijs |
| leverde | verleden tijd |
| levere | aanvoegende wijs |
| leverend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben/zijn geleverd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te leveren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen leveren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geleverd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geleverd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geleverd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geleverd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geleverd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geleverd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geleverd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geleverd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geleverd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geleverd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geleverd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geleverd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geleverd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geleverd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geleverd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geleverd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geleverd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geleverd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geleverd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geleverd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geleverd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geleverd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geleverd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geleverd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geleverd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal leveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal leveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal leveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geleverd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn geleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geleverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geleverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geleverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geleverd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geleverd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geleverd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou leveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou leveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou leveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geleverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geleverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geleverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geleverd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geleverd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geleverd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden leveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden leveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden leveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geleverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geleverd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt leveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geleverd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geleverd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geleverd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geleverd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geleverd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geleverd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen leveren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen leveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen leveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen leveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geleverd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geleverd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult leveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘verschaffen’ voor het eerst aangetroffen in 1230
Woordfamilie van leveren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geleverd | voltooid deelwoord | leveren |
| geleverde | woordvorm | leveren |
| leverde | verleden tijd | leveren |
| leverden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | leveren |
| levere | aanvoegende wijs | leveren |
| leverend | onvoltooid deelwoord | leveren |
| leverende | woordvorm | leveren |
| levert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | leveren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van leveren zijn vastgelegd.