aanleveren
werkwoord ˈanlevərə(n)Betekenis
- iemand voorzien met de gevraagde goederen
Hoe spreek je aanleveren uit?
/ˈanlevərən/
Aanleveren bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| n | nek |
| l | land |
| e | veel |
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- iemand voorzien met de gevraagde zaken transitive
Vervoeging van aanleveren
aanleverenhele werkwoord — leverde aanverleden tijd enkelvoud — leverden aanverleden tijd meervoud — aangeleverdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | lever aan | leverde aan |
| jij | levert aan | leverde aan |
| hij, zij, het | levert aan | leverde aan |
| wij | leveren aan | leverden aan |
| jullie | leveren aan | leverden aan |
| zij | leveren aan | leverden aan |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| aan te leveren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aan te zullen leveren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aan zal leveren | bijzin, toekomende tijd |
| aan zou leveren | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zouden leveren | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zoudt leveren | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zullen leveren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aan zullen leveren | bijzin, toekomende tijd |
| aan zult leveren | bijzin, toekomende tijd |
| aangeleverd | verleden tijd, deelwoord |
| aangeleverd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangeleverd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangeleverd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangeleverd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangeleverd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangeleverd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangeleverd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangeleverd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangeleverd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangeleverd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aanlever | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aanleverde | bijzin, verleden tijd |
| aanleverden | bijzin, verleden tijd |
| aanleverend | onvoltooid, deelwoord |
| aanlevert | bijzin, tegenwoordige tijd |
| ben aangeleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent aangeleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is aangeleverd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was aangeleverd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd aangeleverd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt aangeleverd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal aangeleverd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal aangeleverd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou aangeleverd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou aangeleverd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had aangeleverd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had aangeleverd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had aangeleverd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden aangeleverd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden aangeleverd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden aangeleverd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt aangeleverd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb aangeleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangeleverd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben aangeleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangeleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben aangeleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt aangeleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangeleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangeleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is aangeleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is aangeleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| lever aan | gebiedende wijs |
| leverde aan | verleden tijd |
| te hebben aangeleverd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen aanleveren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart aangeleverd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangeleverd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren aangeleverd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangeleverd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was aangeleverd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was aangeleverd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was aangeleverd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd aangeleverd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd aangeleverd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd aangeleverd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden aangeleverd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden aangeleverd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden aangeleverd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt aangeleverd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word aangeleverd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden aangeleverd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden aangeleverd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden aangeleverd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt aangeleverd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt aangeleverd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal aangeleverd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangeleverd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal aangeleverd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aangeleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangeleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal aangeleverd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangeleverd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aanleveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal aanleveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal aanleveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal aanleveren | bijzin, toekomende tijd |
| zijn aangeleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn aangeleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn aangeleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt aangeleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou aangeleverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangeleverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangeleverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aangeleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangeleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou aangeleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangeleverd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangeleverd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangeleverd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aanleveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou aanleveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou aanleveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou aanleveren | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) aanleveren aan zou(dt) leveren | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden aangeleverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangeleverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangeleverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangeleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aangeleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aangeleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangeleverd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangeleverd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangeleverd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aanleveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aanleveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aanleveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden aanleveren | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt aangeleverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangeleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangeleverd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aanleveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt aanleveren | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen aangeleverd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangeleverd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangeleverd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangeleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aangeleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aangeleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangeleverd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangeleverd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangeleverd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aanleveren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen aanleveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aanleveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aanleveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen aanleveren | bijzin, toekomende tijd |
| zult aangeleverd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van aan vz en leveren ww
Woordfamilie van aanleveren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aangeleverd | voltooid deelwoord | aanleveren |
| aangeleverde | woordvorm | aanleveren |
| aanlever | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aanleveren |
| aanleverde | subordinate-clause, verleden tijd | aanleveren |
| aanleverden | subordinate-clause, verleden tijd | aanleveren |
| aanlevere | with-subordinate-clause | aanleveren |
| aanleverend | onvoltooid deelwoord | aanleveren |
| aanleverende | woordvorm | aanleveren |
| aanlevert | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aanleveren |
| lever aan | gebiedende wijs | aanleveren |
| leverde aan | verleden tijd | aanleveren |
| leverden aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | aanleveren |
| levere aan | woordvorm | aanleveren |
| leveren aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | aanleveren |
| levert aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | aanleveren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanleveren zijn vastgelegd.