hossen
werkwoord ˈhɔsə(n)Betekenis
- in groep springen en dansen
Hoe spreek je hossen uit?
/ˈhɔsən/
Hossen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɔ | bot |
| s | sok |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- als groep springen en dansen, doorgaans op stampende feestmuziek unergative
Vervoeging van hossen
hossenhele werkwoord — hosteverleden tijd enkelvoud — hostenverleden tijd meervoud — gehostvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | hos | hoste |
| jij | host | hoste |
| hij, zij, het | host | hoste |
| wij | hossen | hosten |
| jullie | hossen | hosten |
| zij | hossen | hosten |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gehost | verleden tijd, deelwoord |
| gehost te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gehost zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gehost | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gehost | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gehost | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gehost | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gehost | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gehost | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gehost | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gehost | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gehost | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gehost | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gehost | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gehost | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gehost | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gehost | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gehost | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hos | gebiedende wijs |
| hosse | aanvoegende wijs |
| hossend | onvoltooid, deelwoord |
| hoste | verleden tijd |
| te hebben gehost | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hossen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen hossen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gehost hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gehost hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gehost hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal hossen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal hossen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal hossen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gehost hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gehost hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gehost hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou hossen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou hossen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou hossen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gehost hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gehost hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gehost hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden hossen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden hossen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden hossen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gehost hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt hossen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gehost hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gehost hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gehost hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen hossen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen hossen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen hossen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen hossen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gehost hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult hossen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
vermoedelijk ontstaan uit hotsen ww , in de betekenis van ‘elkaar arm in arm vasthoudend dansen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1897
Woordfamilie van hossen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gehoste | woordvorm | hossen |
| hos | gebiedende wijs | hossen |
| hosse | aanvoegende wijs | hossen |
| hossend | onvoltooid deelwoord | hossen |
| hossende | woordvorm | hossen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hossen zijn vastgelegd.