Naar de inhoud

crossen

hard rijden, scheuren, ruig rijden

crossen is meer dan één woord

crossen

werkwoord, zelfstandig naamwoord /ˈkrɔsə(n)/

Betekenis

  1. hard rijden, scheuren, ruig rijden

Hoe spreek je crossen uit?

/ˈkrɔsən/

Crossen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈkrɔsən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
k kat
r rood
ɔ bot
s sok
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van crossen

crossenhele werkwoord — crosteverleden tijd enkelvoud — crostenverleden tijd meervoud — gecrostvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik cros croste
jij crost croste
hij, zij, het crost croste
wij crossen crosten
jullie crossen crosten
zij crossen crosten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
cros gebiedende wijs
crosse aanvoegende wijs
crossend onvoltooid, deelwoord
croste verleden tijd
ev. gebiedende wijs
gecrost verleden tijd, deelwoord
gecrost te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecrost zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gecrost voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gecrost voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gecrost voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gecrost voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gecrost voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gecrost voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gecrost voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gecrost voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecrost actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gecrost voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecrost voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gecrost voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gecrost voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecrost voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecrost voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te crossen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gecrost actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen crossen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal crossen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal crossen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal crossen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gecrost hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecrost hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gecrost hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou crossen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou crossen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou crossen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gecrost hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecrost hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecrost hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden crossen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden crossen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden crossen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gecrost hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gecrost hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gecrost hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt crossen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gecrost hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen crossen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen crossen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen crossen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen crossen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gecrost hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gecrost hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gecrost hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult crossen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gecrost hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord cross

Herkomst

Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘ruig rijden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1984

Woordfamilie van crossen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
cros gebiedende wijs crossen
crosse aanvoegende wijs crossen
crossend onvoltooid deelwoord crossen
crossende woordvorm crossen
crost aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon crossen
croste verleden tijd crossen
crosten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon crossen
gecrost voltooid deelwoord crossen
gecroste woordvorm crossen
crosste woordvorm croste
gecrosst woordvorm gecrost

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van crossen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over crossen

Hoe spreek je crossen uit?
De uitspraak van crossen is: /ˈkrɔsə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent crossen?
Crossen is een werkwoord. Het woord betekent: hard rijden, scheuren, ruig rijden.
Hoe vervoeg je crossen?
Je vervoegt crossen als volgt: de tegenwoordige tijd is cros, de verleden tijd is croste en het voltooid deelwoord is gecrost. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op crossen?

Crossen rijmt op 12 woorden op -ossen; hossen, vossen en lossen bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op crossen, uitspraak ˈkrɔsən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
hossen 2
vossen 2
lossen 2
dossen 2
bossen 2
herinneringsbossen 6
koningsalbatrossen 6
kreupelbossen 4
levermossen 4
mossen 2
motorcrossen 4
sloddervossen 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord crossen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. C 5
  2. R 2
  3. O 1
  4. S 2
  5. S 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

crossen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 112 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. C 5
  2. R 2
  3. O 1
  4. S 2
  5. S 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 zonder bonus
  9. 112 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

crossen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

crossen in het kort

crossen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Van crossen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort crossen bij een woordfamilie van 11 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

crossen: hard rijden, scheuren, ruig rijden
Deel crossen — standaardnederlands.nl