dossen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈdɔsə(n)Betekenis
- aankleden met een opvallend resultaat
- een pak slaag geven, klappen geven
Hoe spreek je dossen uit?
/ˈdɔsən/
Dossen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɔ | bot |
| s | sok |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van dossen
dossenhele werkwoord — dosteverleden tijd enkelvoud — dostenverleden tijd meervoud — gedostvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | dos | doste |
| jij | dost | doste |
| hij, zij, het | dost | doste |
| wij | dossen | dosten |
| jullie | dossen | dosten |
| zij | dossen | dosten |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dos | gebiedende wijs |
| dosse | aanvoegende wijs |
| dossend | onvoltooid, deelwoord |
| doste | verleden tijd |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedost | verleden tijd, deelwoord |
| gedost te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedost zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedost | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedost | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedost | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedost | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedost | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedost | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedost | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedost | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedost | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedost | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedost | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedost | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedost | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedost | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedost | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te dossen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedost | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen dossen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal dossen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal dossen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal dossen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedost hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedost hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedost hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou dossen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou dossen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou dossen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedost hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedost hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedost hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden dossen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden dossen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden dossen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedost hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedost hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedost hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt dossen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedost hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen dossen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen dossen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen dossen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen dossen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedost hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedost hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedost hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult dossen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedost hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord dos
Herkomst
ww: dos zn met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van dossen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dosse | aanvoegende wijs | dossen |
| dossend | onvoltooid deelwoord | dossen |
| dossende | woordvorm | dossen |
| dost | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | dossen |
| doste | verleden tijd | dossen |
| dosten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | dossen |
| gedost | voltooid deelwoord | dossen |
| gedoste | woordvorm | dossen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dossen zijn vastgelegd.