horecazaak
zelfstandig naamwoordBetekenis
- onderneming met een hotel, restaurant of café of een combinatie daarvan
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| horecazaakje | verkleinwoord, enkelvoud |
| horecazaakjes | verkleinwoord, meervoud |
| horecazaken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van horeca zn en zaak zn
Woordfamilie van horecazaak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| horecazaakje | verkleinwoord | horecazaak |
| horecazaakjes | verkleinwoord meervoud | horecazaak |
| horecazaken | meervoud | horecazaak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van horecazaak zijn vastgelegd.