verhoor
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- een indringende ondervraging van een gevangene of verdachte
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| verhoortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| verhoortjes | verkleinwoord, meervoud |
| verhoren | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verhoren
- gebiedende wijs van verhoren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verhoren
Vervoeging van verhoor
verhoorhele werkwoord
Herkomst
Naamwoord van handeling van verhoren.
Woordfamilie van verhoor
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verhoortje | verkleinwoord | verhoor |
| verhoortjes | verkleinwoord meervoud | verhoor |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verhoor zijn vastgelegd.