Naar de inhoud

havenen

toetakelen, beschadigen

havenen

werkwoord

Betekenis

  1. toetakelen, beschadigen

Vervoeging van havenen

havenenhele werkwoord — havendeverleden tijd enkelvoud — havendenverleden tijd meervoud — gehavendvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik haven havende
jij havent havende
hij, zij, het havent havende
wij havenen havenden
jullie havenen havenden
zij havenen havenden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gehavend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gehavend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gehavend impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gehavend impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gehavend impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gehavend impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gehavend worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gehavend zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gehavend worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gehavend zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gehavend verleden tijd, deelwoord
gehavend te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gehavend te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gehavend te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehavend te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehavend te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehavend worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gehavend zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gehavend zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gehavend zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gehavend zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gehavend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gehavend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gehavend voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gehavend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gehavend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gehavend voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gehavend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
haven gebiedende wijs
havende verleden tijd
havene aanvoegende wijs
havenend onvoltooid, deelwoord
heb gehavend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehavend actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gehavend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehavend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gehavend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gehavend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehavend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehavend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gehavend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gehavend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te havenen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gehavend actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen havenen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gehavend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gehavend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gehavend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gehavend voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gehavend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gehavend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gehavend voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gehavend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gehavend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gehavend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gehavend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gehavend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gehavend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gehavend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gehavend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gehavend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gehavend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gehavend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gehavend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gehavend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gehavend hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehavend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gehavend hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gehavend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehavend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gehavend zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehavend zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal havenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal havenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal havenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gehavend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gehavend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gehavend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gehavend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gehavend hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehavend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehavend hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gehavend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehavend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gehavend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehavend zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehavend zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehavend zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou havenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou havenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou havenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gehavend hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gehavend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gehavend hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gehavend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gehavend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gehavend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gehavend zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gehavend zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gehavend zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden havenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden havenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden havenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gehavend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gehavend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gehavend zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt havenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gehavend hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gehavend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gehavend hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gehavend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gehavend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gehavend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gehavend zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gehavend zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gehavend zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen havenen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen havenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen havenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen havenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gehavend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gehavend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gehavend zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult havenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘beschadigen’ voor het eerst aangetroffen in 1676

Woordfamilie van havenen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
havende verleden tijd havenen
havenden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon havenen
havene aanvoegende wijs havenen
havenend onvoltooid deelwoord havenen
havenende woordvorm havenen
havent aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon havenen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van havenen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over havenen

Wat is de betekenis van havenen?
Havenen is een werkwoord. De betekenis is: toetakelen, beschadigen.
Hoe vervoeg ik havenen?
Zo vervoeg je havenen zo: de tegenwoordige tijd is haven, de verleden tijd is havende en het voltooid deelwoord is gehavend. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord havenen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. A 1
  3. V 4
  4. E 1
  5. N 1
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

havenen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 103 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. A 1
  3. V 4
  4. E 1
  5. N 1
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 zonder bonus
  9. 103 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

havenen telt 7 letters, waarvan 5 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

havenen in het kort

havenen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van havenen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort havenen bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

havenen: toetakelen, beschadigen
Deel havenen — standaardnederlands.nl