verpesten
werkwoord vərˈpɛstə(n)Betekenis
- ervoor zorgen dat iets niet leuk meer is
Hoe spreek je verpesten uit?
/vərˈpɛstən/
Verpesten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| p | pak |
| ɛ | bed |
| s | sok |
| t | tak |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van verpesten
verpestenhele werkwoord — verpestteverleden tijd enkelvoud — verpesttenverleden tijd meervoud — verpestvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verpest | verpestte |
| jij | verpest | verpestte |
| hij, zij, het | verpest | verpestte |
| wij | verpesten | verpestten |
| jullie | verpesten | verpestten |
| zij | verpesten | verpestten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verpest | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verpest | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verpest | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verpest | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verpest | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verpest | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verpest worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verpest zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verpest worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verpest zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verpest | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verpest | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verpest | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verpest | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verpest | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verpest | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verpest | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verpest | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verpest | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verpest | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verpest | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verpest | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verpest | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verpest | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verpest | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verpest | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verpest | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verpest | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verpesten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verpesten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verpest | gebiedende wijs |
| verpest | verleden tijd, deelwoord |
| verpest te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verpest te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verpest te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verpest te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verpest te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verpest worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verpest zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verpest zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verpest zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verpest zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verpeste | aanvoegende wijs |
| verpestend | onvoltooid, deelwoord |
| verpestte | verleden tijd |
| waart verpest | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verpest | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verpest | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verpest | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verpest | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verpest | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verpest | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verpest | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verpest | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verpest | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verpest | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verpest | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verpest | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verpest | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verpest | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verpest | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verpest | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verpest | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verpest | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verpest | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verpest hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verpest hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verpest hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verpest worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verpest worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verpest zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verpest zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verpesten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verpesten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verpesten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verpest | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verpest | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verpest | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verpest | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verpest hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verpest hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verpest hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verpest worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verpest worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verpest worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verpest zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verpest zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verpest zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verpesten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verpesten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verpesten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verpest hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verpest hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verpest hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verpest worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verpest worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verpest worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verpest zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verpest zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verpest zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verpesten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verpesten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verpesten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verpest hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verpest worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verpest zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verpesten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verpest hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verpest hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verpest hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verpest worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verpest worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verpest worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verpest zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verpest zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verpest zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verpesten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verpesten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verpesten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verpesten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verpest hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verpest worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verpest zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verpesten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van pest met het voorvoegsel ver- en met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van verpesten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verpest | voltooid deelwoord | verpesten |
| verpeste | aanvoegende wijs | verpesten |
| verpestend | onvoltooid deelwoord | verpesten |
| verpestende | woordvorm | verpesten |
| verpestte | verleden tijd | verpesten |
| verpestten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verpesten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verpesten zijn vastgelegd.