handvaardigheid
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de vaardigheid om met de hand werkzaamheden te verrichten.
- een schoolvak waarin kinderen leren gereedschappen te gebruiken voor het maken van allerlei voorwerpen en het uiten van creativiteit.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| handvaardigheden | meervoud |
Herkomst
samenstelling van hand en vaardigheid
Woordfamilie van handvaardigheid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| handvaardigheden | meervoud | handvaardigheid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van handvaardigheid zijn vastgelegd.