Naar de inhoud

gymmen

aan gymnastiek doen

gymmen is meer dan één woord

gymmen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. aan gymnastiek doen

Vervoeging van gymmen

gymmenhele werkwoord — gymdeverleden tijd enkelvoud — gymdenverleden tijd meervoud — gegymdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik gym gymde
jij gymt gymde
hij, zij, het gymt gymde
wij gymmen gymden
jullie gymmen gymden
zij gymmen gymden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gegymd verleden tijd, deelwoord
gegymd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gegymd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gym gebiedende wijs
gymde verleden tijd
gymme aanvoegende wijs
gymmend onvoltooid, deelwoord
had gegymd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gegymd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gegymd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gegymd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gegymd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gegymd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gegymd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gegymd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegymd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gegymd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegymd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gegymd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gegymd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegymd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegymd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te gymmen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gegymd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen gymmen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gegymd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gegymd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gegymd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gymmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal gymmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal gymmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gegymd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gegymd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gegymd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gymmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou gymmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou gymmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gegymd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gegymd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gegymd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gymmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gymmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gymmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gegymd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gymmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gegymd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gegymd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gegymd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gymmen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen gymmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gymmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gymmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gegymd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gymmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord gym

Woordfamilie van gymmen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gegymd voltooid deelwoord gymmen
gymde verleden tijd gymmen
gymden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon gymmen
gymme aanvoegende wijs gymmen
gymmend onvoltooid deelwoord gymmen
gymmende woordvorm gymmen
gymt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon gymmen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gymmen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over gymmen

Wat betekent gymmen?
Gymmen is een werkwoord. Het woord betekent: aan gymnastiek doen.
Hoe vervoeg je gymmen?
Je vervoegt gymmen als volgt: de tegenwoordige tijd is gym, de verleden tijd is gymde en het voltooid deelwoord is gegymd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord gymmen is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. G 3
  2. Y 8
  3. M 3
  4. M 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

gymmen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 105 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. G 3
  2. Y 8
  3. M 3
  4. M 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 19 zonder bonus
  8. 105 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Y) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

gymmen telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

gymmen in het kort

gymmen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Van gymmen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort gymmen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

gymmen: aan gymnastiek doen
Deel gymmen — standaardnederlands.nl