Naar de inhoud

garen

door middel van koken klaar maken voor consumptie, gaar maken

garen is meer dan één woord

garen

werkwoord, zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord

Betekenis

  1. door middel van koken klaar maken voor consumptie, gaar maken
  2. gaar worden
  3. verzamelen
  4. draad die wordt gemaakt door het spinnen van vezels
  5. van garen vervaardigd

Vervoeging van garen

garenhele werkwoord — gaardeverleden tijd enkelvoud — gaardenverleden tijd meervoud — gegaardvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik gaar gaarde
jij gaart gaarde
hij, zij, het gaart gaarde
wij garen gaarden
jullie garen gaarden
zij garen gaarden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gaar gebiedende wijs
gaarde verleden tijd
gare aanvoegende wijs
garend onvoltooid, deelwoord
gegaard verleden tijd, deelwoord
gegaard te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gegaard zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gegaard voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gegaard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gegaard voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gegaard voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gegaard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gegaard voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gegaard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gegaard voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegaard actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gegaard voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegaard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gegaard voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gegaard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegaard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegaard voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te garen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gegaard actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen garen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal garen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal garen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal garen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gegaard hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gegaard hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gegaard hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou garen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou garen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou garen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gegaard hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gegaard hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gegaard hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden garen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden garen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden garen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gegaard hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gegaard hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gegaard hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt garen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gegaard hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen garen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen garen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen garen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen garen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gegaard hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gegaard hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gegaard hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult garen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gegaard hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘draad’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1278

Woordfamilie van garen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gaart aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon garen
garend onvoltooid deelwoord garen
garende woordvorm garen
garens meervoud garen
garentje woordvorm garen
garentjes meervoud garen
gegaard voltooid deelwoord garen
gegaarde woordvorm garen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van garen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over garen

Wat betekent garen?
Garen is een werkwoord. Het woord betekent: door middel van koken klaar maken voor consumptie, gaar maken. Deze pagina beschrijft 5 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je garen?
Je vervoegt garen als volgt: de tegenwoordige tijd is gaar, de verleden tijd is gaarde en het voltooid deelwoord is gegaard. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord garen is 8 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. G 3
  2. A 1
  3. R 2
  4. E 1
  5. N 1
  6. 8 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

garen levert met Wordfeud minimaal 8 en maximaal 42 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. G 3
  2. A 1
  3. R 2
  4. E 1
  5. N 1
  6. 8 zonder bonus
  7. 42 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (G) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

garen telt 5 letters, waarvan 5 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 6.487 woorden van 5 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

garen in het kort

garen is zowel werkwoord, zelfstandig naamwoord als bijvoeglijk naamwoord. Welke betekenis geldt, blijkt uit de zin waarin het staat. Hierboven staan 5 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van garen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort garen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

garen: door middel van koken klaar maken voor consumptie, gaar maken
Deel garen — standaardnederlands.nl