gaarkeuken
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een instelling die in tijden van honger en gebrek tracht door het beschikbaar stellen van gratis voedsel de nood te lenigen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gaarkeukens | meervoud |
| gaarkeukentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gaarkeukentjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘spijshuis’ voor het eerst aangetroffen in 1599
Woordfamilie van gaarkeuken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gaarkeukens | meervoud | gaarkeuken |
| gaarkeukentje | verkleinwoord | gaarkeuken |
| gaarkeukentjes | verkleinwoord meervoud | gaarkeuken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gaarkeuken zijn vastgelegd.