decor
zelfstandig naamwoord deˈkɔːrBetekenis
- in een theater of film de achtergrond en zijwanden
- de omgeving waarin iets zich afspeelt
Hoe spreek je decor uit?
/deˈkɔr/
Decor bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| e | veel |
| k | kat |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| decors | meervoud |
| decortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| decortjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘toneeltoerusting’ voor het eerst aangetroffen in 1886
Woordfamilie van decor
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| decors | meervoud | decor |
| decortje | verkleinwoord | decor |
| decortjes | verkleinwoord meervoud | decor |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van decor zijn vastgelegd.