code
zelfstandig naamwoord /'kodə/Betekenis
- geheimschrift, versleuteling zoals bijv. een dagboekcode
- de verzameling voorschriften en omgangsvormen op een bepaald gebied zoals bijv. erecode
- volgorde van cijfers of letters om een cijferslot te openen, sleutel
- stelsel van symbolen voor een informatieverwerkende machine
- taal, register, dialect
- staart
Hoe spreek je code uit?
/ˈkodə/
Code bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| o | boot |
| d | dak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- verzameling tekens die men moet ingeven om toegang tot bepaalde informatie te krijgen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| codes | meervoud |
| codetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| codetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘wetboek’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1824
Woordfamilie van code
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| codes | meervoud | code |
| codetje | verkleinwoord | code |
| codetjes | verkleinwoord meervoud | code |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van code zijn vastgelegd.